«  Terug naar overzicht

Budgetten in het sociaal domein staan zwaar onder druk en de kansen dat deze verhoogd worden lijken zeer gering. Dit houdt in dat met dezelfde middelen, meer mensen geholpen moeten worden.

In veel gevallen betekent dit dat keuzes gemaakt moeten worden, want er zijn nu eenmaal niet genoeg middelen om met iedereen direct aan de slag te gaan.

De focus van de discussie over wie, wat, wanneer en waarom, zal dus veel meer moeten liggen op 'waar ligt nu daadwerkelijk onze toegevoegde waarde'.

Het proberen aan te tonen van de inspanningsverplichting 'wij zijn met iedereen aan de slag', geeft namelijk wellicht een warm gevoel, maar zegt lang niet alles over waar jouw organisatie daadwerkelijk het verschil maakt.

Een ondersteuning van je dagelijks- en strategisch proces door gebruik van je beschikbare data, geeft belangrijke aanvullende informatie om hier meer op te kunnen sturen.

Het succes van 'Work-first' is erg relatief

Bijvoorbeeld: al je nieuw ingestroomde klanten een programma als 'work-first' laten doorlopen, geeft vooral de gemoedsrust dat je voldaan hebt aan je inspanningsverplichting: 'we zijn met bijna alle ingestroomde klanten hard aan het werk gegaan'.

Want qua doelmatigheid zijn de ogenschijnlijk hoge resultaten van deze inspanning vaak echter meer toe te wijzen aan de selectie aan de poort dan aan de interventie zelf.

De selectie ‘aan de poort’ bepaalt al voor een groot deel het succes

Door selectief te zijn in de doelgroep aan wie je specifieke trajecten aanbiedt, kun je ervoor zorgen dat je vraag en aanbod zo goed mogelijk koppelt. Want als de match goed is, heeft dit een namelijk een positief effect op de effectiviteit van je interventie. 

Maar waar veel mensen echter niet bij stilstaan, is dat door de doelgroep-selectie het resultaat ook een ‘zelfvervullende voorspelling’ wordt. Als ik namelijk alleen een kansrijke groep selecteer voor mijn interventie (bv. mensen die pas zijn ingestroomd), zijn de kansen dat ik hoge uitstroomcijfers realiseer, vanzelfsprekend ook groter.

Work-first scoort goed door de doelgroep

We zien regelmatig dat we elkaar de hemel in prijzen over het feit dat we binnen een dergelijk traject 87% uitstroom hebben gerealiseerd. Waar we vaak in dit soort gevallen echter aan voorbij lopen, is dat dit succes erg relatief is.

Gemiddeld stroomt namelijk al 83% van deze doelgroep (korter dan 1 jr. in de bijstand) ook zonder interventies uit.

Dus los van het feit dat het enorm van belang is dat mensen binnen het 1e jaar in de bijstand weer aan het werk komen, is het succes van dergelijke trajecten op deze specifieke doelgroep erg relatief (slechts 5% verbetering ten opzichte van zelfstandige uitstroom).

Hoger rendement met belastbaarheidsonderzoeken

Zeker als je het vergelijkt met de inzet van bijvoorbeeld een belastbaarheidsonderzoek waarmee, op mensen die gezondheidsproblemen ervaren, een 18% verbetering ten opzichte van ‘niets doen’ behaald wordt. Hier zou je op budgetair- en beleidsniveau dus heel bewust op kunnen sturen.

Reduceer verspilling met een grotere focus op toegevoegde waarde

In tijden waarin middelen op het werkplein en in het sociaal domein in het algemeen schaars zijn, is het zaak om specifieker te kunnen bepalen wanneer, welke mensen, welke middelen nodig hebben en welk verschil dit daadwerkelijk gaat maken.

Heb je hier beter inzicht in, ben je beter in staat om 'verspilling' te reduceren en je middelen en mensen daar in te zetten waar daadwerkelijk het grootste verschil gemaakt wordt.

Wanneer hebben jullie voor het laatst de 'score-bord journalistiek' overboord gegooid en met elkaar de discussie gehad over waar jullie toegevoegde waarde echt ligt?